Hoe de New York Dolls punkrock uitvonden voordat het een naam had

6

Het was nooit de bedoeling dat de New York Dolls commerciële reuzen zouden worden. Ze waren een fout in het systeem. Een rauwe, ongepolijste scheut glamourrock die begin jaren zeventig met de kracht van een voorhamer de underground van New York City trof. Ze waren een half decennium een ​​voorbode van punkrock. Je kunt het DNA van elke haveloze band die volgde rechtstreeks terugvoeren naar deze puinhoop.

Ze werden opgericht in 1971 en speelden niet alleen muziek. Ze organiseerden een rel.

Het uiterlijk en het geluid

De bekendheid sloeg toe in 1972. Het Mercer Arts Center en Max’s Kansas City in Lower Manhattan werden hun slagveld. The Dolls kwamen niet zomaar het podium op. Ze stapten. Damesmake-up uitgesmeerd over gezichten. Bizarre, niet bij elkaar passende kleding, laag na laag opgestapeld.

Het was glamourrock-androgynie. Het leek op mode. Het klonk als oorlog.

De muziek was ongepolijst. Brutaal. Ze namen ritme en blues met Britse Invasion-invloeden en verpletterden het met gitaarvervorming. De tegenslag dreunde. Het weerspiegelde de protopunk-energie van de MC5 en Iggy and the Stooges. Maar met een twist.

De prijs van roem

Roem was in 1972 een vies woord voor de Dolls. Het was giftig.

Het keerpunt kwam tijdens hun tournee door Engeland in 1972. Drummer Billy Murcia stierf. De oorzaak was drugsgerelateerd. Het was geen legende geboren in de muziekindustrie. Het was een tragedie die hun reputatie heeft aangewakkerd. Het maakte ze gevaarlijk. Het maakte ze waar.

Mercury Records tekende ze toch. De druk nam toe. Het jaar daarop brachten ze hun titelloze debuut uit, New York Dolls. Todd Rundgren produceerde het. Het geluid was strak. Het potentieel was er.

Het vervolg kwam in 1974. Too Much Too Soon. De titel was geen metafoor. Het was een diagnose.

Waarom de Sex Pistols om hen geven

Commercieel succes bleef ongrijpbaar. The Dolls konden geen platen in grote aantallen verkopen. Het maakte hen niet uit. Ze hadden invloed.

Malcolm McLaren leidde ze kort vóór het uiteenvallen in 1977. Hij zag iets in hun chaos. Hij heeft het verpakt. Uit dat wrak kwamen de Sex Pistols tevoorschijn. De Pistols leenden de esthetiek. Ze hebben de woede gestolen. De poppen staken de lont aan.

David Johansen overleefde de ineenstorting. Hij bleef in de muziekscene van New York. Maar hij veranderde zijn naam. Hij veranderde zijn gezicht. Hij werd Buster Poindexter.

Buster Poindexter en de Swing Revival

Johansen vond zichzelf opnieuw uit als een pompadoured loungehagedis. Poindexter zong popklassiekers. Op het podium dronk hij droge martini’s. De sfeer was luchtig. Het was een eerbetoon aan het bigbandgeluid.

Dit gebeurde in 1987. De swingrevival van eind jaren negentig? Johansen anticipeerde er tien jaar op.

“Hot Hot Hot” werd een crossoverhit. Een feestlied. Het bewees dat Johansen zich kon aanpassen. Hij begon ook met acteren. Gedenkwaardige rollen in film en televisie in de jaren tachtig en negentig. Hij was niet alleen een relikwie. Hij was een werkende kunstenaar.

In 2022 brachten Martin Scorsese en David Tedeschi Personality Crisis: One Night Only uit. Het concentreerde zich op Johansen. De regisseur zag de waarde van de chaos. De documentaire legde de essentie van de poppen vast zonder deze te zuiveren.

De reünie die nooit volledig heeft plaatsgevonden

De band ontbonden. De leden kampten met verslaving. Alcohol. Geneesmiddelen. Het einde was onvermijdelijk.

Maar in 2004 keerden de geesten terug.

Morrissey, voormalig frontman van de Smiths en voormalig voorzitter van de fanclub New York Dolls in het Verenigd Koninkrijk, regelde een reünie. Een optreden op een muziekfestival in New York.

De overgebleven leden betraden het podium. Fans en critici waren er dol op. De energie was er. De magie was niet verdwenen. Het was gewoon sluimerend.

De band bereidde zich voor op een volledige tour. Toen stierf bassist Arthur Kane. Complicaties van leukemie eisten hem op.

Kane’s leven na Dolls was duidelijk niet glamoureus. Het was korrelig. Het was verdrietig. De filmdocumentaire New York Doll (2005) legde deze periode vast. De reünie. De dood. De realiteit achter de glamour.

Een laatste standpunt

Johansen en gitarist Sylvain Sylvain stopte niet. Ze rekruteerden een verzameling ervaren muzikanten. Zij vielen in voor de overledenen.

Ze gingen de studio binnen. In 2006 produceerden ze One Day It Will Please Us to Remember Even This. Het was het eerste nieuwe Dolls-materiaal sinds 1974. Het wachten was voorbij. Het werk was gedaan.

De rondleiding volgde. De tweede incarnatie van de Dolls had dezelfde energie als de eerste. Ze zijn niet bezweken voor nostalgie. Ze omarmden hun plaats in de rockgeschiedenis.

Live at the Fillmore East (2008) heeft het vastgelegd. Het concertalbum toonde een band die zijn waarde kende.

Ze lieten bereik zien op ’Cause I Sez So (2009). Rundgren produceerde het opnieuw. Het goed ontvangen Dancing Backward in High Heels (2011) grijpt terug op de pop uit de jaren zestig.

Dan: stilte.

Na 2011 gingen Johansen en Sylvain hun eigen weg. De New Yorkse poppen